|
|
![]() |
| Nieuwe serre 1928. Links de aanblik vanaf de achterzijde. In de rechterschets is ook de nieuwe bijkeuken erbij getekend. |
![]() |
|
Nieuwe bijkeuken (en verlenging logeerkamer boven) 1928.
Boven het niet geheel complete rechter zijaanzicht met nieuwe buitendeur, onder een dwarsdoorsnede. |
Het jaar daarop krijgt de weg de naam Koppellaan (raadsbesluit 28 februari
1929); het adres wordt dan veranderd van Kruislaan 9 in Koppellaan 2.
Woittiez was van 1911 tot 1927 onderwijzer geweest in Nederlands-Indië,
laatstelijk als directeur van de opleidingsschool voor inlandse ambtenaren in
Fort de Kock. In 1927 was hij op 45 jarige leeftijd met pensioen teruggekomen. Bij zijn afscheid had hij van de sultan een massief gouden
kris gekregen. Daar werd het huis naar genoemd, "De gouden kris", wat op de
voorgevel stond tesamen met een houten copie van de kris (die is op onderstaande foto
uit de familie Woittiez niet te zien, waardoor de foto op eind jaren twintig
moet worden gedateerd, want het erop zichtbare Koppellaan 4 was gebouwd in 1929).
Woittiez (1879-1945) overleed kort
na de Tweede Wereldoorlog; zijn vrouw, de Wed. J. Woittiez geb. Kruijs Voorberg
(1877-1966),
woonde er tot haar overlijden (de laatste jaren werd zij
elders verpleegd). Zij bewoonde de achterkamer (van de ensuite). Het huis was in
die tijd naar verluid donker.
Tussen 1945 en 1947 was mevr de Jong als jong meisje inwonend - door de
woningnood was er verplichte inwoning. Zij kwam in 2010 langs en vertelde: "Ik
had de voormalige kinderkamer (nu de badkamer). Op de plaats van de huidige
berging (eertijds de meidenkamer) was toen een badkamer met bad en fonteintje.
Zoon Wim Woittiez was inmiddels getrouwd met Jennie Polée en die bewoonden de
kamers boven: voor de slaapkamer, achter de woonkamer. De deur tussen de
meidenkamer en de voorkamer zal toen al wel dichtgemaakt zijn, terwijl dat ook
de plaatsing van een fonteintje in de voorkamer op die plek mogelijk maakte.
Mevr Woittiez sliep beneden in de huidige studeerkamer. De meest gebruikte kamer
was de achterkamer. Mevr Woittiez zat daar vaak bij de haard. Men at er met zijn
allen aan een tafel die midden in de kamer stond. Er waren dubbele glazen deuren
naar de serre, waar grote schelpen (uit Indië?) op de vensterbank lagen.
In de tuin stond achter een schuurtje, voor was er een ijzeren hek. De kris boven de voordeur kon ze zich niet herinneren en ook niet of er koude kassen in de achtertuin waren. Waarschijnlijk was er toen nog geen CV installatie, de haarden werden met hout gestookt."
In de periode erna werd waarschijnlijk de centrale verwarming aangelegd. Boven werden zachtboard plafonds aangebracht en verdere aftimmering met hardboardplaten bekleed met raufasen behang.
In de achtertuin stonden (koude) kassen (achterin, langs de erfgrens met Koppellaan 4) en er was een groententuin. De kassen werden later gesloopt maar restanten van de fundamenten en glas worden nog steeds gevonden. Er stond ook een sterappelboom, met volgens Theo van Ling erg lekkere appels. Deze is later ook verdwenen.
In de zijtuin voor, rechts van het huis, heeft in deze tijd een prieeltje gestaan.
![]() |
| Koppellaan 2 ten tijde van de familie Woittiez, vermoedelijk 1929 |
|
|
| Zelfde positie 2006 |
In de jaren dertig zijn een aantal luchtfoto's gemaakt waar wijk Vogelzang ook op staat. Heel scherp zijn ze niet, maar de omgeving is te herkennen. Hieronder een foto van voor 1936 - de bebouwing langs de Spoorlaan en de Leijenseweg is nog niet compleet. In het midden in de rode cirkel, met puntdak, is de achterzijde van Koppellaan 2.

