Vrijmetselaar 4

vorige | volgende  


Attributen

Het lidmaatschap van de vrijmetselarij moet, ondanks het bedanken, toch wel iets betekend hebben voor Hendricus Veuger, want hij heeft zijn certificaten en brieven bewaard. Daarnaast had hij ook een rijk geborduurd schootsvel in Japanse lakdoos met vrijmetselaarsmotief, minstens vijf vrijmetselaars glaasjes en een zilveren troffeltje. Dat is een rijke collectie. Eén glaasje zou voldoen, maar Hendricus had er meerdere. Hij had na zijn bedanken ook kunnen besluiten alles te verkopen. Waarom hij dat niet gedaan heeft, blijft gissen.

Het schootsvel bevat geborduurde motieven van Oosterse (Chinese) oorspong, Hendricus heeft het mogelijk van een handelscontact met Nederlands-Indië gekocht, misschien van een mede-broeder (het alternatief is dat hij eens zelf naar Batavia is afgereisd en het daar gekocht heeft, maar dat is gezien zijn regelmatige vermelding in de notulen van La Paix haast niet mogelijk). De lakdoos en het schootsvel zijn door Andréa Kroon in detail beschreven in het artikel  in "Maçonnieke lakdozen. De rol van Nederlandse vrijmetselaren in de handelscontacten met Azië",  Aziatische kunst, 31, nr. 4, 2001, pp. 2-23. Zij had de voorwerpen opgespoord en bestudeerde tevens de archieven van La Paix. Het schootsvel bleek vergelijkbaar met inv.nr. 640 van het C.M.C., terwijl de voorstelling op de Japanse lakdoos gemaakt was naar de titelpagina  van Jachin en Boaz, een publicatie uit 1797. De beschrijving van het schootsvel door Andréa Kroon: 

Schootsvel uit het C.M.C. 'Prins Frederik' (inv. nr. 640) dat buiten de driehoekige bandpatronen vrijwel identiek is met dat van Hendricus Veuger. Oosters borduurwerk naar een Engelse prent, zijde geborduurd met zijdegarens en gouddraad, 44 x 44 cm.

"In de collectie van het C.M.C. bevindt zich een nagenoeg identiek schootsvel. ... De twee identieke Chinese schootsvellen tonen op de klep een Alziend oog. Onder de klep zijn de zon, de maan en zeven sterren afgebeeld. In het midden is de Bijbel te zien, met passer en winkelhaak, waartussen de letter 'G' is aangebracht. Daaromheen zijn een bijenkorf, de Ark van Noach en de Jacobsladder afgebeeld. De drie kolommen vertegenwoordigen de drie bouworden: Dorisch, Ionisch en Korintisch. Aan de voet van de rechterkolom werkt een Leerling met een winkelhaak en beitel aan een ruwe steen, aan de linkerkolom meet een Gezel met een winkelhaak de haaksheid van een hoek. Naast de rechterkolom zien we een boompje, dat vermoedelijk een acaciatak verbeeldt, en op de voorgrond liggen een doodskist met daarop een zeis en rechts een schedel met beenderen. Deze symbolen herinneren aan de dood van Hiram Abiff, hetgeen het schootsvel als Meesterschootsvel identificeert.
Op de linkerkolom zien we een vrouw met een helm en een schild (Wijsheid), op de rechter een vrouw met een takkenbundel of fasces (Kracht), en op de grond een vrouw met kinderen (Charitas). Het schootsvel is vermoedelijk versierd naar voorbeeld van een Engels vrijmetselaarscertificaat. Daarop zijn vaak de personificaties Wijsheid, Kracht en Schoonheid, of Geloof, Hoop en Liefde (in het Engels: 'Faith, Hope and Charity' = Charitas) aangebracht. Hier werd echter de ongebruikelijke combinatie van Wijsheid, Kracht en Charitas gekozen.
In het midden van de geblokte vloer zien we drie kandelaars. De voorwerpen die op de geblokte vloer verspreid liggen, zijn minder gemakkelijk te identificeren. Van links naar rechts zien we: een ruwe steen met daarop een passer; een tekenplank; een moker en een troffel; een passer en een winkelhaak; een kalkbak(?) met daarnaast een schep; een houweel en ten slotte een tonvormig object dat niet nader te identificeren is."

Het schootsvel is die voor de Meestergraad, en niet speciaal bedoeld voor de hogere graden die Hendricus in 1821 verwierf. Mogelijk schafte hij het daarom in de eerste periode van zijn lidmaatschap aan, tussen 1816 en 1821. 

Veel achtergrondinformatie over schootsvellen is te vinden in drie artikelen van Andréa Kroon (2001) in Thot 52: "Veranderingen in de interpretatie van het schootsvel van de 18e eeuw tot heden" (pp 157-190), "De beeldentaal van het schootsvel" (pp 191-233), "De beeldentaal van het schootsvel van de hoge graden" (1766-1854) (pp 234-273).

Op het speciale gegraveerde en vergulde vrijmetselaartjes (10 cm hoog) zien we de bekende maçonnieke symbolen rond en binnen de gelijkzijdige driehoek: bovenin van links naar rechts de troffel, maan, ster, zon en hamer; onder de ster de passer, een ark van Noach(?) en een schietlood, en tenslotte onderaan de winkelhaak. Links en rechts versierd met een zonnebloem. Op de overgang tussen voet en kelk zit een luchtbel in het glas. De voet is van fraai geschulpd glas. Ook andere glazen uit die tijd hadden een dergelijk patroon (zie: Monique Engelberts (1986), "Glazen en drinkgewoonten bij de vrijmetselarij: een voorlopige inventarisatie van maçonniek glaswerk in Nederland vanaf ca. 1750", doctoraalscriptie Rijks Universiteit Leiden; zij beschrijft het aan het C.M.C. geschonken glas van Hendricus Veuger). Zulke glazen ('kanons'), gevuld uit een fles ("vat"), werden op één lijn op tafel gezet ("aflijnen") om vervolgens uitgedronken te worden ("vuren"), waarna ze met een klap weer op tafel werden gezet - vandaar de zware voet.

Vooraanzicht Zijaanzicht

De vrijmetselaars regalia worden later niet expliciet in testamenten genoemd, maar het bezit verliep waarschijnlijk via
- Hendricus' oudste kind Gerrit
- Gerrit's jongste kind Gerrit Gz
- Gerrit Gz's dochter Engeltje, geh. Willem Den Hartog
- Engeltje's zuster Neeltje, geh. Cornelis (Cees) van der Sluijs
- Neeltje's oudste dochter Anne van der Sluijs, geh. Ab Barten en verder

In de Tweede Wereldoorlog werd het bezit van vrijmetselaars attributen als gevaarlijk beschouwd, de vrijmetselarij werd door de Duitsers als een vijandige organisatie gezien. Willem Den Hartog, smid, stond al op het punt alle erfstukken in het smidsvuur te verbranden, maar werd daar door Cees van der Sluijs van weerhouden. Op diens boerderij werd alles in een uienzak bewaard, onopgemerkt door ingekwartierde Duitse soldaten. Toen het Cees te heet onder de voeten werd, zijn de spullen ook nog een tijdje onder de vloer van Gerrit Veuger Gz, postbode, verdwenen.

Van de vrijmetselaarsglaasjes waren er waarschijnlijk oorspronkelijk zes. Daarvan is er één gebroken en opgeruimd door Neeltje Veuger Gd. Eén is in 1983 geschonken aan het C.M.C. In de familie zijn nog een glas met een hoek eruit en twee hele glaasjes. Als er oorsponkelijk zes glaasjes waren dan is van één glaasje niet bekend waar het is.

De lakdoos was in slechte staat en werd op 17 mei 1994 bij Sotheby's Amsterdam geveild (lot nr. 596).

Het zilveren troffeltje is in of kort na de Tweede Wereldoorlog zoek geraakt. Dat is erg jammer, want mogelijk was er een relatie met zijn broer, zilversmid Jan Veuger.

vorige | volgende