| Vrijmetselaar 4 |
| Attributen |
Het lidmaatschap van de vrijmetselarij moet, ondanks het bedanken, toch wel iets betekend hebben voor Hendricus Veuger, want hij heeft zijn certificaten en brieven bewaard. Daarnaast had hij ook een rijk geborduurd schootsvel in Japanse lakdoos met vrijmetselaarsmotief, minstens vijf vrijmetselaars glaasjes en een zilveren troffeltje. Dat is een rijke collectie. Eén glaasje zou voldoen, maar Hendricus had er meerdere. Hij had na zijn bedanken ook kunnen besluiten alles te verkopen. Waarom hij dat niet gedaan heeft, blijft gissen.
Het schootsvel bevat geborduurde motieven
van Oosterse (Chinese) oorspong, Hendricus heeft het mogelijk van een handelscontact met Nederlands-Indië
gekocht, misschien van een mede-broeder (het alternatief is dat hij eens
zelf naar Batavia is afgereisd en het daar gekocht heeft, maar dat is
gezien zijn regelmatige vermelding in de notulen van La Paix haast niet
mogelijk). De lakdoos en
het schootsvel zijn door Andréa Kroon in detail beschreven in het artikel in
"Maçonnieke lakdozen. De rol van Nederlandse vrijmetselaren in de
handelscontacten met Azië", Aziatische kunst, 31, nr. 4, 2001,
pp. 2-23. Zij had de voorwerpen opgespoord en bestudeerde tevens de
archieven van La Paix. Het schootsvel bleek vergelijkbaar met inv.nr. 640 van het
C.M.C., terwijl de voorstelling op de Japanse lakdoos gemaakt was naar de
titelpagina van Jachin en Boaz, een publicatie uit 1797. De
beschrijving van het schootsvel door Andréa Kroon:
Het schootsvel is die voor de Meestergraad, en niet speciaal bedoeld voor de hogere graden die Hendricus in 1821 verwierf. Mogelijk schafte hij het daarom in de eerste periode van zijn lidmaatschap aan, tussen 1816 en 1821. Veel achtergrondinformatie over schootsvellen is te vinden in drie artikelen van Andréa Kroon (2001) in Thot 52: "Veranderingen in de interpretatie van het schootsvel van de 18e eeuw tot heden" (pp 157-190), "De beeldentaal van het schootsvel" (pp 191-233), "De beeldentaal van het schootsvel van de hoge graden" (1766-1854) (pp 234-273).
Op het speciale gegraveerde
en vergulde vrijmetselaartjes (10 cm hoog) zien we de bekende maçonnieke symbolen rond
en binnen de
gelijkzijdige driehoek: bovenin van links naar rechts de troffel, maan, ster, zon en
hamer; onder de ster de passer, een ark van Noach(?) en een schietlood,
en tenslotte onderaan de winkelhaak. Links en rechts versierd met een
zonnebloem. Op de overgang tussen voet en kelk zit een luchtbel in het
glas.
De voet is van fraai geschulpd glas. Ook andere glazen uit die tijd hadden een dergelijk patroon
(zie: Monique Engelberts (1986), "Glazen en drinkgewoonten
bij de vrijmetselarij: een voorlopige inventarisatie van maçonniek
glaswerk in Nederland vanaf ca. 1750", doctoraalscriptie Rijks
Universiteit Leiden; zij beschrijft het aan het C.M.C. geschonken glas van
Hendricus Veuger). Zulke glazen ('kanons'), gevuld uit een fles ("vat"),
werden op één lijn op tafel gezet ("aflijnen") om vervolgens
uitgedronken te worden ("vuren"), waarna ze met een klap weer op
tafel werden gezet - vandaar de zware voet.
De vrijmetselaars regalia worden later niet expliciet in testamenten
genoemd, maar het bezit verliep waarschijnlijk via De lakdoos was in slechte staat en werd op 17 mei 1994 bij Sotheby's Amsterdam geveild (lot nr. 596). Het zilveren troffeltje is in of kort na de Tweede Wereldoorlog zoek
geraakt. Dat is erg jammer, want mogelijk was er een relatie met zijn
broer, zilversmid Jan Veuger. |
|||||||